|
De autogordel wordt te nauw voor mijn kind. Moet ik nu overstappen op een kinderzitje uit de volgende groep?
Deze vraag wordt vooral gesteld in de winter, als kinderen – ook in de auto – dikkere kleding dragen. Ze zijn in de regel in de bovenste regionen van het gewichtsbereik van de betreffende groep kinderzitjes terechtgekomen. Het is echter beter om te dikke kleding uit te doen dan te vroeg over te stappen op een kinderzitje van de volgende groep. In principe geldt namelijk: hoe nauwer de gordel aansluit, hoe veiliger het kinderzitje. Stem de kleding van uw kind daarom af op de binnentemperatuur van de auto en stap pas over op een vervolgmodel als het kind het bijbehorende gewicht heeft bereikt.
|
|
Is een oud kinderzitje nog veilig?
Het probleem van een tweedehands kinderzitje is dikwijls, dat u de geschiedenis van het zitje niet kent. U neemt eventueel zelfs het risico, een kinderzitje dat door een ongeval is beschadigd, voor uw kind te gebruiken. Wanneer u het kinderzitje zelf heeft gekocht, is er principieel geen bezwaar tegen een hergebruik. Desondanks bevelen wij het gebruik van een zitje aan, dat aan de huidige veiligheidsstandaard voldoet (minstens ECE R 44/03, nieuwe ECE R 44/04).
|
|
Kan een zitkussen ook zonder rugleuning worden gebruikt?
Als men uitgaat van de minimumeisen van de norm ECE R 44/03 en 44/04, kan voor kinderen vanaf 15 kg een zitkussen ook zonder rugleuning worden gebruikt. Deze biedt in de regel weliswaar genoeg zijdelings ondersteuning bij de heupen, maar niet aan hoofd en bovenlijf. Het gebruik van een zitkussen in combinatie met een rugleuning als eenheid stemt overeen met de nieuwste veiligheidstechnische inzichten en voldoet aan de eisen van een goede bescherming tegen aanrijdingen van opzij. Hoofd en lichaam van het kind worden aan de zijkanten ondersteund – dat biedt meer veiligheid bij aanrijdingen, maar is ook ergonomisch verantwoord als uw kind in het zitje in slaap valt. Bovendien garandeert de in de rugleuning geïntegreerde gordelgeleider dat de schoudergordel, in overeenstemming met de lengte van het kind, correct op de schouder is gepositioneerd.
|
|
Kan ik een babykuip gebruiken op een passagiersstoel zonder airbag?
Babykuipen van groep 0+ moeten tegen de rijrichting in worden bevestigd. Deze naar achteren gerichte systemen mogen niet worden gebruikt in combinatie met een airbag op de passagiersstoel! Houd u wat dit betreft aan de instructies in de gebruikshandleiding van uw kinderzitje en het handboek van uw auto.
|
|
Kan ik een kinderzitje op de passagiersstoel plaatsen?
BRITAX RÖMER-kinderzitjes van groep 1 en 2-3 kunnen in principe worden gebruikt op de passagiersstoel. Als de passagiersstoel een airbag heeft, is het echter raadzaam om de stoel helemaal naar achteren te schuiven. Houd u wat dit betreft aan de instructies in de gebruikshandleiding van uw kinderzitje en het handboek van uw auto. In het algemeen moeten kinderen zo mogelijk op de achterbank vervoerd worden vervoer; daar is het letselrisico kleiner.
|
|
Mijn kind kan het gordelslot openen. Wat moet ik doen?
Als de gordel te strak gespannen is, zal uw kind zich eruit willen bevrijden. Daarom moet de gordel weliswaar strak maar spanningsvrij op het lichaam aansluiten (tussen gordel en borstkas mag een vlakke hand passen). Uw kind moet leren dat het de gordel niet mag afdoen.
|
|
Mijn kind maakt zich los uit de gordel, hoewel deze strak gespannen is. Wat kan ik doen?
Als de gordel te strak gespannen is, zal uw kind zich eruit willen bevrijden. Daarom moet de gordel weliswaar strak maar spanningsvrij op het lichaam aansluiten (tussen gordel en borstkas mag een vlakke hand passen). Uw kind moet leren dat het de gordel niet mag afdoen.
|
|
Tot wanneer is de babykuip groot genoeg?
In naar achteren gerichte systemen is het letselrisico bij frontale botsingen aanzienlijk kleiner. De krachten die tijdens botsingen optreden, worden verdeeld over het hele oppervlak van de rug van het kind en de halswervelkolom wordt aanmerkelijk minder belast. Het kind moet daarom zo lang mogelijk in de babykuip worden vervoerd. Of de beentjes van de baby helemaal in de babykuip passen, is niet van belang. Pas als het hoofdje de bovenste kuiprand heeft bereikt en de baby zelfstandig kan zitten, heeft het zin om over te stappen op een kinderzitje voor groep 1.
|
|
Vanaf wanneer mag een kind in een vervolgstoeltje worden gezet?
In babyzitjes van de groep 0+ mag het hoofdje van uw kind niet boven de bovenste rand van de schaal uitsteken. In zitjes van de groep 1 kan het kind zolang blijven, tot de bovenste schaalrand zich op ooghoogte van uw kind bevindt. Neem vooral de gegevens met betrekking tot het gewicht in acht voor uw kinderzitje. Een te vroege wisseling naar het iets grotere kinderzitje is in het belang van de veiligheid van uw kind niet aan te bevelen. Vooral niet bij de wisseling naar groep 2+3. Uit veiligheidsoverwegingen mag in geen geval worden overgestapt voordat het kind 15 kg weegt, en zo mogelijk pas bij 18 kg. De reden: de breedte van kinderzitjes voor groep 2+3 is afgestemd op grotere kinderen. Een klein, slapend kind kan gemakkelijk uit de gordel vallen. De schouders zijn nog te klein en te smal om de autogordel veilig te kunnen dragen.
|
|
Waarom moeten oudere kinderen worden vastgezet op zitkussens?
Door zitkussens te gebruiken – in het ideale geval met rugleuning – wordt de gordel voor volwassenen (de driepuntsgordel) aan het kinderlichaam aangepast. De verhoogde zitpositie waarborgt een beheerste geleiding van het heupgedeelte en voorkomt dat het heupgedeelte afglijdt naar het onderlijf. Bovendien loopt het schoudergedeelte daardoor midden over de schouder van het kind zonder contact met hals en gezicht te maken. Belangrijk: let daarom bij aankoop op een goede zijdelingse ondersteuning van de heupen. Uit veiligheidsoverwegingen heeft de combinatie van zitkussens en een rugleuning als pluspunt dat het hoofd en bovenlijf in overeenstemming met de leeftijd van het kind worden ondersteund – maar alleen als de zijwanden van de hoofdsteun diep zijn uitgevoerd en zo dicht mogelijk bij elkaar liggen (maximale breedte van een kinderhoofd).
|
|
Waarop moet ik letten als ik een kinderzitje wil kopen?
Lees hiervoor onze toelichting onder Advies voor de auto.
|
|
Wanneer moet de bekleding van het kinderzitje worden vervangen?
Bij normale slijtage wordt aanbevolen de bekleding na 3 tot 4 jaar te vervangen. Denkt u er echter aan dat de bekleding een belangrijk deel van de systeemfunctie vertegenwoordigt. Daarom moet steeds een originele bekleding van RÖMER worden gebruikt.
|
|
Wat is in verband met ISOFIX de betekenis van de „lijst met autotypen“?
Kinderzitjes worden conform ECE R 44/03 en 44/04 ingedeeld in diverse categorieën voor verschillende inbouwtypen of toepassingen. In bepaalde gevallen, met name voor de inbouw met ISOFIX, worden de goedgekeurde auto's vermeld in een lijst met autotypen. Voor de volgende RÖMER-kinderzitjes bestaan meerdere toepassingen; voor een deel moet hier altijd de betreffende lijst met autotypen worden geraadpleegd:
RÖMER BABY-SAFE ISOFIX plus – Groep 0+ (tot 13 kg)
1. goedgekeurd voor gebruik met driepuntsgordel (zonder Base) = universeel
2. toegelaten voor gebruik met ISOFIX-base (met steunpoot) = semi-universeel -> lijst met autotypen!
RÖMER DUO plus – Groep 1 (9 tot 18 kg)
1. goedgekeurd voor gebruik met driepuntsgordel = universeel
2. goedgekeurd voor gebruik met ISOFIX en TopTether (extra gordel) = universeel
3. goedgekeurd voor gebruik met ISOFIX = voertuigspecifiek -> lijst met autotypen!
RÖMER SAFEFIX plus – Groep 1 (9 tot 18 kg)
1. goedgekeurd voor gebruik met driepuntsgordel en steunpoot = semi-universeel -> lijst met autotypen!
2. goedgekeurd voor gebruik met ISOFIX en steunpoot = semi-universeel -> lijst met autotypen!
RÖMER KIDFIX – Groep 2-3 (15 tot 36 kg)
1. goedgekeurd voor gebruik met driepuntsgordel = universeel
2. goedgekeurd voor gebruik met driepuntsgordel, extra bevestiging aan de ISOFIX-verankeringen = semi-universeel -> lijst met autotypen!
|